Een tandarts suggereerde onlangs: "We weten vaak al bij de eerste intake dat een conventionele prothese niet zal werken. Toch moeten we het doen voor de vergoeding. Het voelt niet ethisch…"
Een inefficiënt traject in de tandheelkunde
Vanuit mijn werk spreek ik regelmatig met tandartsen over de obstakels waar zij en hun patiënten tegenaan lopen. Een terugkerend onderwerp is het klikgebit bij patiënten met een platte onderkaak. De ideale oplossing is een implantaatgedragen gebitsprothese, maar het huidige zorgsysteem maakt deze route vaak onnodig complex en duur.
Een verspilling van tijd en geld
Na het trekken van tanden en kiezen krijgt de patiënt in veel gevallen eerst een immediaatprothese, een tijdelijke oplossing. Een immediaatprothese wordt meestal niet vergoed in combinatie met implantaten, tenzij er specifieke medische redenen zijn. De regels vereisen dat er eerst een definitieve conventionele prothese wordt gemaakt voordat er implantaten geplaatst mogen worden. In de praktijk betekent dit dat patiënten twee tussenstappen moeten doorlopen: een immediaatprothese, een conventionele prothese en uiteindelijk een klikgebit dat goed functioneert.
Deze aanpak is vaak niet alleen onpraktisch voor de patiënt, maar ook kostbaar voor de gezondheidszorg als geheel. De vergoeding voor een implantaatgedragen prothese is vastgesteld in het basispakket van de Zorgverzekeringswet. Volgens de richtlijnen moet eerst worden gekeken of een conventionele prothese voldoende functioneert. Pas als dat niet het geval is, mag er worden doorverwezen voor implantaten. Door eerst een conventionele prothese te eisen, hopen verzekeraars dat alleen patiënten die echt niet zonder kunnen, een klikgebit krijgen. Dit moet onnodig dure behandelingen bij mensen die zich zouden redden met een conventionele prothese voorkomen.
Is dit altijd de beste oplossing?
Ik betwijfel het ten zeerste, net als veel tandartsen en patiënten. Soms is al van tevoren duidelijk dat een conventionele prothese niet zal functioneren, net als de immediaatprothese. Toch moeten patiënten soms twee keer betalen, wat resulteert in tijdverlies, extra kosten en ongemakken zoals pijn en beperkingen in het dagelijks leven. Het lijkt logischer om direct over te gaan op implantaten bij patiënten waarvan al bekend is dat een conventionele prothese niet zal werken. Helaas is dit nog geen beleid, dus wordt er in de praktijk nog steeds vastgehouden aan de conventionele prothese als verplichte tussenstap.
Verbetering van levenskwaliteit
Veel patiënten die een conventionele onderprothese dragen, ervaren op den duur ernstige problemen. Door resorptie van bot zit de prothese vaak los, wat leidt tot pijn en irritatie. Dit maakt normaal eten en spreken moeilijk en veroorzaakt onzekerheid en isolatie. Het ontbreken van implantaten zorgt ervoor dat het kaakbot blijft slinken, waardoor de pasvorm van het kunstgebit verslechtert en patiënten regelmatig naar de tandarts moeten voor aanpassingen en reparaties, wat zowel tijd als geld kost. Het langdurig experimenteren met een conventionele prothese kan leiden tot fysieke en psychische klachten en een verminderde levenskwaliteit voor de patiënt.
De rol van wetenschappelijk onderzoek
Na het trekken van tanden en kiezen vindt er gedurende de eerste 6 tot 12 maanden een significante botresorptie plaats, waardoor het kaakbotvolume verandert. Implantaten hebben een stabiele botstructuur nodig voor succesvolle integratie, waardoor implantaatplaatsing vaak wordt uitgesteld tot het bot voldoende gerijpt is. Uit onderzoek blijkt dat het uitstellen van implantaten geen bewezen voordelen heeft, integendeel, langdurig wachten kan leiden tot meer botresorptie wat implantaatplaatsing complexer maakt. Het plaatsen en belasten van implantaten kan een veilig en effectief alternatief zijn voor het traditionele traject met hogere patiënttevredenheid.
Financiële realiteit en milieubewustzijn
Op nationaal niveau kunnen er miljoenen worden bespaard door direct implantaten te plaatsen bij duidelijke indicaties. Dit zou niet alleen leiden tot lagere zorgkosten, maar ook tot een comfortabelere ervaring voor de patiënt. Het is tijd voor beleid dat beter aansluit bij de behoeften van de patiënt en efficiënter is in termen van kosten en resultaten. Het verminderen van bureaucratie en verspilling zou de zorg aanzienlijk kunnen verbeteren en zorgen voor een sneller en effectiever behandeltraject.
Conclusie
De huidige praktijk in de tandheelkunde vertoont gebreken en er is ruimte voor verbetering. Door beleid beter af te stemmen op de werkelijkheid in de behandelkamer, kunnen zorgverzekeraars bewijzen dat ze daadwerkelijk streven naar zorg die afgestemd is op de patiënt. Minder administratieve rompslomp, minder verspilling en vooral betere resultaten voor de patiënt. Het is tijd om de stap te zetten naar innovatief beleid dat leidt tot efficiëntere en effectievere zorg voor iedereen.